Lampen waarbij het licht ontstaat, omdat tussen twee elektroden een stroom gaat vloeien. Elektroden zijn opstaande draden in de lamp, die als zend- en ontvangantenne werken. De werking wordt bepaald door de grootte, het soort gasvulling en de elektrische voeding. Het licht is nooit zo mooi gelijkmatig van kleur als gloei- en halogeenlampen. Gasontladingslampen produceren licht op één of enkele van de frequenties (banden) van het kleurenspectrum. We onderscheiden lage- en hogedrukgasontladingslampen. Lagedrukgasontladingslampen zijn fluorescentiebuizen en spaar- of compact lampen. Hogedrukgasontladingslampen zijn natrium-, kwik-, metaalhalogeenlampen en dergelijke. Specifieke lichtstroom van 60 tot 130 Lm/Watt. Gecompenseerd Fluorescentielampen en spaarlampen branden met behulp van een voorschakelapparaat. Dit bestaat uit een smoorspoel (= inductief) of een combinatie van een smoorspoel met een condensator, die in serie of parallel wordt geschakeld. Bij parallelschakeling spreekt men over gecompenseerd. De wisselstroom komt daardoor minder scheef te hangen, met als gevolg minder vonken van alle contacten en schakelaars, minder brommen, plus een correcte werking van de kilowattuurmeter.