Sinds 1 januari 2026 is een gebouwautomatiserings- en controlesysteem (GACS) verplicht. Dat geldt voor utiliteitsgebouwen met een verwarmings- of airconditioningsysteem van meer dan 290 kW. Sinds 29 mei 2026 zijn die eisen uitgebreid. Per 1 januari 2030 daalt de vermogensgrens naar 70 kW en vallen ook middelgrote utiliteitsgebouwen onder de verplichting. In deze blog leest u welke eisen de GACS-wetgeving aan verlichting stelt en hoe een bestaande lichtinstallatie daaraan kan voldoen.
Een GACS meet, analyseert en stuurt de installaties in een gebouw als één geheel. De wet schrijft daarvoor geen standaardsysteem voor, maar functies: het energieverbruik permanent bijhouden en bijsturen, rendementsverliezen opsporen en de beheerder informeren over de verbetermogelijkheden. Ook moeten de aangesloten systemen gegevens kunnen uitwisselen, ongeacht het merk. Die functies kunnen in één pakket zitten, maar mogen ook verdeeld zijn over onderdelen van verschillende fabrikanten.
In bestaande gebouwen ligt het vertrekpunt daarom meestal bij het gebouwbeheersysteem (GBS) dat er al hangt. Dat regelt de klimaatinstallaties wel, maar analyseert en rapporteert meestal niet. Een GBS voldoet daarmee waarschijnlijk niet aan de GACS-eisen. En de toets gaat verder dan dat systeem alleen. Ook regelfuncties buiten het GBS, zoals verlichting, wegen mee.
De verplichting geldt voor utiliteitsgebouwen met een verwarmings- of airconditioninginstallatie van meer dan 290 kW. Dat is het opgetelde nominale vermogen van alle installaties die ruimtes verwarmen of koelen waar mensen verblijven, waarbij de hoogste totale waarde maatgevend is. Ook fabriekshallen, werkplaatsen en laboratoria vallen hieronder. Ruimtes waar zelden iemand komt en ruimtes onder 15 graden tellen niet mee in de berekening. Per 1 januari 2030 daalt de vermogensgrens naar 70 kW. Daarmee vallen ook middelgrote utiliteitsgebouwen onder de verplichting.
De eisen komen uit de Europese richtlijn energieprestatie van gebouwen. Met de herziening van die richtlijn (EPBD IV) zijn de GACS-eisen uitgebreider en gedetailleerder uitgewerkt in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Voor grote utiliteitsgebouwen geldt die uitgebreidere set sinds 29 mei 2026.
Eén van die eisen raakt de lichtinstallatie direct: het monitoren en regelen van de binnenmilieukwaliteit, zoals temperatuur en ventilatie. Dat vraagt sensoren in de ruimte. Een multisensor in het armatuur kan naast temperatuur, luchtvochtigheid en CO₂ ook aanwezigheid meten.
Het Bbl verwijst naar NEN-EN-ISO 52120. Voldoet het hele systeem aan klasse C en de energiemanagementcomponent aan klasse B, dan wordt ervan uitgegaan dat het GACS aan de eisen voldoet. Daarnaast moeten de maatregelen technisch en financieel haalbaar zijn. Voor de verlichting betekent klasse C een ondergrens aan de regeling, en klasse B dat het energieverbruik als trend in de rapportage terugkomt en niet alleen als momentstand. RVO heeft die eisen vertaald naar een checklist. Voor de verlichting komt het neer op twee punten:
Daarnaast geldt de algemene GACS-eis dat aangesloten systemen gegevens kunnen uitwisselen. Ook de lichtsturing moet dus met het GACS kunnen communiceren.
In de praktijk vraagt dat drie stappen. Eerst wordt vastgesteld hoe elke ruimte nu geschakeld wordt en waar aanwezigheidsdetectie ontbreekt. Daarna worden de armaturen regelbaar gemaakt, met dimbare drivers en sensoren op de plekken waar die nog niet zitten. Tot slot volgt de koppeling met het GACS, in overleg met de installateur of de beheerder daarvan, zodat schakelstatus en energieverbruik uitleesbaar zijn.
Die laatste stap vraagt in bestaande bouw de meeste afstemming. Maas & Hagoort legt dat vast in een lichtplan met sensor- en controlplan en verzorgt de programmering en het inregelen.
Foto’s: BINX Smartility
U kunt vrijblijvend een offerte of advies aanvragen.
Onze engineers staan altijd voor u klaar.